Kan een werknemer terugkomen op zijn beslissing om een eind te maken aan zijn werkcontract met het bedrijf, wanneer deze voorafgaandelijk dit heeft bericht in de periode die voorziet wordt door de wet? Is het bedrijf verplicht om deze verandering van opinie te aanvaarden, of het omgekeerde, kan men verstaan dat deze beslissing tot het beëindigen van het werkcontract onoverkomelijk is en dit niet kan rechtgezet worden door de werknemer?

 

Langs de andere kant , kan de werkgever die aan de werknemer zijn ontslag heeft weergegeven, terugkomen op zijn beslissing en zonder gevolg hebbend ? Dient in dit geval de werknemer deze verandering van opinie aan te nemen en te aanvaarden of kan zonder meer,  wanneer de datum van ontslag er is, deze het bedrijf verlaten alszijnde ontslagen ?

 

Beiden zijn interessante vragen en het antwoord is gegeven geworden zowel door  de rechtbanken en hooggerechtshoven in verschillende vormen, zodoende heeft het allerhoogste gerechtshof zich willen uitspreken over dit geval, echter dit dient in verschillende vormen gezegd te worden.

 

Wat een extreme situatie lijkt of uitzonderlijk ,blijkt in realiteit regelmatig voor te vallen en er zijn vele uitspraken die, zoals we hebben gezegd, en na bestudering van deze dienen we een antwoord te geven aan de vragen waar we in dit artikel mee begonnen zijn.

 

Werkcontract

 

Men kan zeggen dat men in het begin erkent dat er een herroepingsrecht is, hierin  bepaalt men dat erdient vastgesteld te worden of er voorrang wordt gegeven aan de stabiliteit of werkzekerheid, maar uiteraard is alles heel vatbaar en afhankelijk van elke situatie.

 

Zo is onlangs dit uitgesproken door het allerhoogste gerechtshof van datum 28 october 2014 dat, bij bestudering van het op het eerste oog gelijkaardige situaties, men twee verschillende uitspraken heeft bekomen. De ene waarbij de werknemer in beroep gaat, waarbij andere uitspaak dat hij had bekomen en wilde dat er werd rechtgezet, nemend het eerste als voorbeeld.  Maar beide situaties blijken niet dezelfde te zijn en men weigert deze uitspraak toe te passen, wat de werknemer wilde bekomen.

 

De werknemer had een negatieve uitspraak bekomen bij zijn proces en beoogde dat het hoofgerechtshof zijn uitspraak herzag, aantonend het voorbeeld van de andere uitspraak welk een beslising nam in een identitieke zaak. Het hooggerechtshof weigerde deze posibiliteit door een aantal verschillen te vermelden zoals bevoorbeeld : dat de uitspraak waar is tegen ingegaan op dat moment de werknemer de stopzetting had vermeld, alhoewel eerder deze was opgesteld, die dag niet het document had ondertekend van aanwezigheid op het werk, ander verschil was dat bij de uitspraak waarbij de werknemer dezelfde dag zijn ontslag weergaf, terwijl en het andere geval deze betekening dagen voordien was gebeurt, een ander verschil was dat bij de uitspraak waarbij tegeningegaan werd, de terugtrekking zich voordeed de laatste dag en in bruske vorm zonder enige uitleg maar ook, terwijl bij de andere uitspraak  men kennis heeft van het feit dat de werknemer bij ontslag dit zijn gevolg heeft op zijn pensioen, daar ze hem verkeerdelijk hadden ingelicht, het is te zeggen in dit geval de verandering in opinie was gerechtvaardigd; uiteindelijk een laatste verschil was dat in de uitspraak waar men tegen inging de werknemer terugkeert na reeds drie dagen te zijn ontslagen, terwijl bij zijn vonnis waarbij apelletatie wordt gevraagd, er geen enkel verlaten van werk voorvalt.etc.

 

Scroll naar boven