De uitspraak die we nu bespreken is genoteerd geworden in Zaal 1 van het Hooggerechtshof van 26/11/2015 en gaat het hier over een uitspraak van echtscheiding gedicteerd door de Republiek van Moldavië , welke moet verwezen worden naar de Spanje uitspraak alszijnde efficiënt ten opzichte van een juridisch proces van echtscheiding lopende in Spanje nadien.

Het Hooggerechtshof geeft weer dat een buitenlandse uitspraak niet erkend zal worden in Spanje in bepaalde gevallen als men niet akkoord gaat met het overeenkomstig proces in het ander land of exequatur.

Het echtpaar woonde in Spanje en de man trok weg van zijn Spaanse woonplaats, terug naar Moldavië waar hij de echtscheiding indiende. Gezien hij daar reeds een huwelijk had aangegaan en ruime tijd daarna presenteerde de vrouw in Spanje op haar beurt de vraag tot echtscheiding.

Exequatur

De echtgenoot weerlegde het bestaan van een aanhangigheid weerleggende dat er een rechtuitspraak reeds was gebeurt te Moldavië en het Hooggerechtshof besliste dat het proces van Spanje geldig was en herkende niet de uitspraak van Moldavië gezien de volgende criteria :

De Republiek Moldavië is geen deel van de Europese Unie en als gevolg hiervan kan men niet het Reglement (CE) 2201/2003, van de Raad, van 27 november 2003 toepassen, betreffende competent zijnde, het toepassen van de wet, het herkenen, het uitvoeren en de samenwerking betreffende de verantwoordelijkheid van de ouders, evenals de middelen ter bescherming van de kinderen.

Ten gevolge hiervan, ter herkenning van de buitenlandse uitspraak in ons land, diende men zich te wenden tot het proces van aanpassing van een executoriale titel tot de artikels 951 en volgende van de Wet van Burgelijke Rechtsvordering, welke van toepassing zijn en in actualiteit zijn vastgelegd in de wet 29/2015 van 30 juli, van internationale juridische Samenwerking op vlak van burgelijke zaken, welke wet in voegen was getreden op 30 augustus 2015 en welke toelaat van incidentele herkenning, welke niet voorzien is in de vorig vermelde regularizering, met beperkte gevolgen bij een hoofdgeding. (artikel 44.2.1).

Hoe dan ook, de rechtsuitspraak van Moldavië kon niet herkent worden in ons land gezien de inbreuk op de procedurele openbare orde daar de rechten op verdediging niet werden gerespecteerd van de aangeklaagde en daarom dat de uitspraak die was gedaan bij verstek van de aangeklaagde aan wie het geding niet was betekend geworden of een ander geldig document was overhandigd.

laat een reactie achter

× ¿Ayuda?
Scroll naar boven