Een uitspraak van het Hooggerechtshof heeft een cassatieberoep afgewezen van een bedrijf dat in algemeen conflict lag aangevoerd door het sindicaat CCOO, daar het bedrijf sinds een bepaalde tijd in hun werkcontracten een nieuwe clausule had ingelast dat vermelde : ” Beide partijen komen specifiek overeen dat enig welke soort van communicatie die betrekking heef tot dit contract, betreffende de werkrelatie of het werk, kan worden verstuurd via SMS of e-mail, via een geschreven tekst of een document bijgevoegd, volgens de gegevens doorgegeven door de werknemer, alszijnde wijze ter contactopneming. Enig welke verandering of voorval betreffende deze, dient te worden weergegeven aan het bedrijf aantonend en dit zo snel mogelijk.

Het Hooggerechtshof geeft weer dat vrijwillig men deze gegevens ter beschikking kan stellen van het bedrijf en zelfs “kan het wenselijk zijn, gezien de huidige tijd van voordurende vooruitgang op telematisch vlak op alle gebied.” Maar gaan niet akkoord dat in het werkcontract hiervoor een apparte clausule  wordt opgemaakt waarin de werknemer “vrijwillig” zijn akkoord geeft om deze persoonlijke gegevens te overhandigen, hiermee blijkt dat de werknemer het zwakke element van het contract is en op deze manier wordt opgenomen door het bedrijf als een verplichtend element voor het bekomen van het werk en men kan begrijpen dat zijn goedkeuring om zover te gaan dat het niet volledig vrijwillig is, en daarom dat deze clausule geannuleerd dient te worden daar het in strijd is tegen de fundamentele rechten en “dienen uitgesloten te worden van de werkcontracten”.

Het Hooggerechtshof beschouwd dae de gegevens opnemen in het contract, moet betwijfelt worden (mobile telefoon/e-mail) op deze manier dat als het zonder het akkoord van de werknemer is, daar het niet is opgenomen in de algemene uitzondering

van artikel 6.2 van de wet van Bescherming van Gegevens” daar het nakomen ervan niet nodig is “voor het nakomen van zijn plichten” van het werkcontract volgens de definitie van het Woordenboek van “Real Academia” ( welke is “een absolute noodzakelijkheid, of hoognoodzakelijk), daar de werkrelatie tot voor kort kon vervult worden zonder deze instrumenten.

Ook kan de uitzondering niet toegepast worden van de algemene norm van persoonlijke gegevens opgenomen in artikel 2.2 van Het Algemene Reglement van Bescherming van Gegevens” daar wordt bedoelt naar de telefoon en e-mailadres van iemand met een “beroepsactiviteit” wat is, specifiek voor uivoering van bepaalde beroepen.

Scroll naar boven