In de Rechtbank van het Tribunal Supremo besliste bij verdict van datum 16/11/2016 en bij de Recurso nº 1341/2015 werd de verdediging van het schoonmaakbedrijf geweigerd, ten opzichte van  de uitspraak van de TSJ van Madrid waarin men gelijk gaf aan de nationale werknemer, van buiten de EU, welke na 8 jaar te hebben gewerkt, het bedrijf het stopzetten van het contract liet weten op basis van verlies van zijn verblijfs-en werkvergunning.

Er werd benadrukt dat contracten aan buitenlanders niet kunnen inbegrepen hebben het verlies wegens de werkvergunning als wettelijke reden van ontslag, en zodoende niet uitbetaalbaar is. De rechtbank geeft weer dat “er een richtlijn bestaat welke ondersteuning geeft aan omstandigheden over welke samenloop geen enkele invloed kan uitoefenen op het gedrag van de werknemer.”

Het Hooggerechtshof weigert de verdediging van het schoonmaakbedrijf tegen de uitspraak van het Tribunal Superior de Justicia van Madrid die gelijk gaf aan de nationale werknemer van een land buiten de EU, welke na 8 jaar te hebben gewerkt, het bedrijf  het stopzetten van de werkovereenkomst weergaf  in november 2013 op basis van het verlies van zijn verblijfs en-werkvergunning. Het hoogste gerechtshof van Madrid beschouwt dat het ontslag onterecht is en verplicht het bedrijf tot het uitbetalen van een schadevergoeding van 16.363 euros.

In dit geval, het arbeidscontract had niet een speciale clausule voor ontslag gebaseerd op het verlies van de vermelde vergunning, maar het bedrijf, baseerend op een andere rechtszitting van de TSJ van Madrid, verdedigde zich dat dat men kon beschouwen dat men op het contract kon toepassen het artikel 49.1.b van de Statuten van de Werknemers, waarin wordt bepaald dat het werkcontract wordt stopgezet ” om de geldige redenen toegewezen in het contract behalve dezen gebaseerd zijn op het misbruik van het recht openbaargemaakt vanwege de werkgever.”

Het Supremo weigert dit argument en beschouwt dat de correcte stelling is deze welke het arrest vermeld, die gelijk geeft aan de werknemer:” het aanwenden van het gedeelte  b) van het artikel 49.1 van het Statuten van de Werknemers om een einde te maken aan het werkcontract blijken niet aangepast te zijn aan het recht. In het concrete geval, is het voldoende om aan te tonen dat dit zo was in het werkcontract.(…)

Maar we dienen verder te gaan in onze beschouwingen daar, in elke geval het niet zal aanvaard worden dat de partijen van het contract voorzagen als geldige stopzetting van het voorafgaandelijk plaatsvinden van een omstandigheid met betrekking tot de eigen capaciteit van onderhandeling vanwege de weknemer, de welke overeenkomt met het gedeelte 1) van het vermelde artikel 49 en, samen met, in overeenstemming gaat met wat is voorzien in het artikel 52 van de Statuut van de Werknemers.”

Onterecht Ontslag Van Een Arbeider

Voor het Supremo, “is er geen twijfel dat het verlies van de autorizatie om te werken in Spanje de onmogelijkheid geeft tot het doorgaan van het werkcontract van de werknemer. Ook kan niet geweigerd worden dat we ons bevinden voor een geval waarbij de reden van beïndiging is, buiten de wil om van het bedrijf.

Echter, onze wetgeving heeft willen voorzien van een bepaalde hoogte van bescherming van de werknemers welk contract wordt beëindigd voor de oorzaak van een wettige reden en zoals we reeds hebben weergegeven, de omvang van deze bescherming dient verzekert te zijn ook aan deze buitenlandse werknemers temeer wanneer er een autorizatie ontbreekt voor verrichten van diensten en Spanje, maar in werkelijkheid, deze reeds voordien aan het werk waren

Scroll naar boven